Wij
zijn eind 2006 door China, Vietnam
en Laos gefietst.
Vanaf de grote stad Kunming (in het noorden) naar de Rode Rivier. Daar de grens over naar Vietnam.
Via het bergstadje Sa Pa, zijn we door de bergen gegaan en zuidwaarts afgezakt.
Na de Vietnamees-Laotiaanse grens zijn we door een gebied gereisd waar bijzonder weinig toeristen zijn. En dat wil natuurlijk iedereen...
Je kunt hieronder doorklikken naar het land waarover je wilt lezen.
China
- Vietnam
- Laos
--------------------------------------------------------------
Plezier
(China)
"Zouden
we niet liever toch met een shuttlebus van een hotel naar de stad gaan?"
Zo spreek ik mijn angst uit tijdens de lunch op het vliegveld van Kuala Lumpur.
Ik zie er enorm tegen op om in het donker een vreemde stad in te fietsen. En eh..,
rijden ze eigenlijk rechts in China?
Eric stelt mij gerust: "Ja, ze rijden
rechts en dat busje is goed hoor. Je weet hoe ik er over denk, maar als jij je
daar beter bij voelt, dan doen we dat". Hij kent mijn angsten aan het begin
van een reis inmiddels. Toch spreek ik ze elke keer weer uit. Hij weet dan weer
precies waar hij met mij aan toe is.
Maar
helaas, of misschien gelukkig, is er geen shuttlebus van welk hotel dan ook te
bekennen bij aankomst in Kunming. Er zit niets anders op dan fietsen uitpakken,
bagage opladen en naar de stad fietsen.
OK, ze rijden dus rechts in China,
dat maakt het al een stuk eenvoudiger. En het is half zes, nog een uur daglicht.
Die zeven kilometer moeten te doen zijn voor het donker wordt.
Tot onze verbazing
komen we op een 'fietspad' terecht. Langs de grote drukke straat is een rijstrook,
afgescheiden door een middenberm van groen, gereserveerd voor het langzame verkeer.
Eric
heeft gelijk: het is ontzettend leuk om een land vanaf het vliegveld binnen te
fietsen. Vooral als het een echt fietsland is, zoals China. De zeven kilometers
worden er vijftien. Als het begint te schemeren baadt Kunming in en zee van licht
van de vele lantarenpalen. De angst heeft inmiddels plaatsgemaakt voor plezier.
--------------------------------------------------------------
Vooroordelen
(China)
Onder reizigers doen verhalen de ronde als zouden chinezen onbeleefd en onbehulpzaam zijn, voordringen, vies zijn, arm zijn, slurpen, boeren laten en spugen op straat. Het eten zou er vies zijn en de taal is nauwelijks te leren.
Hoe hebben wij dit alles ervaren tijdens de tien dagen dat we van Kunming naar de grensplaats Hekou zijn gefietst:
Als
we een in onze ogen onbeleefde of onbehulpzame chinees tegen komen, heeft dat
waarschijnlijk te maken met de taal, en dat hij of zij ons daarom niet kán
helpen. Ze gaan al snel door met waar ze mee bezig zijn.
Ook gebaren hebben
hier soms een andere betekenis dan bij ons. Als ik iemand wenk, wijs ik met mijn
wijsvinger van beneden naar boven, van mij af, naar mij toe. Een chinees gebruikt
hiervoor een ander gebaar. Hij zal met zijn hele hand een vegend gebaar maken,
met zijn handpalm naar beneden, naar zich toe. Ze reageren dus niet op ons wenkgebaar
vanuit onbehulpzaamheid maar vanuit onbegrip.
De mensen die we wel met handen
en voeten duidelijk kunnen maken wat wij willen, snappen pas na de aanvankelijke
schrik onze bedoelingen en daarin zit de crux. Ze zijn vaak zo verbaasd ons te
zien, dat ze (met name de vrouwen en meisjes) beginnen te giechelen. Ze wenden
zich af en weten niet hoe ze het hebben. Snel roepen ze de hulp in van iemand
die één woord engels spreekt: "Welcome". Als ze ons dan
gebarend duidelijk hebben gemaakt waar de stad met die onuitspreekbare naam ligt,
kunnen we weer verder rijden. "Welcome", roepen ze ons dan na. Als we
dit dan zo meemaken kunnen we ons heel goed voorstellen dat sommige mensen chinezen
onbeleefd vinden. Wij ervaren het echter niet als een kwestie van onbeleefdheid,
maar een mengelmoes van schrik, ongeloof, niet snappen, zenuwen of positieve angst.
Dringen chinezen voor? Als je ze de kans geeft: zeker wel. Aangezien we ons ervan bewust zijn, laten we het ons zo min mogelijk gebeuren. Een lastig moment is bijvoorbeeld als de receptioniste in een hotel ons niet verstaat en de Chinese gast daaruit zijn voordeel trekt door snel iets te vragen wat zij, uiteraard, wel verstaat.
China zou vies zijn. De hoofdstraten van de grotere steden die we hebben aangedaan zijn brandschoon. Overal lopen mannen en vrouwen met stoffer en blik de hele dag de rommeltjes van de straten te vegen. Dit doet heel on-Aziatisch aan. Achter de grote straten treffen we de gebruikelijke chaos van kleine winkeltjes, vreemde geuren en zwerfvuil aan. Maar op de een of andere manier weten ze de ratten en kakkerlakken goed buiten de deur te houden. We hebben er na een week nog niet een kunnen bespeuren op straat of in eethuisjes. Echter, naarmate we de Vietnamese grens naderen komen we er achter dat dit misschien wel te maken heeft met de hoogte waarop we het eerste deel van onze tocht doorbrachten. Het is daar een stuk koeler dan in het dal van de Rode Rivier. Op vierhonderd meter hoogte is het vochtig warm, en dat maakt dat de vuilophopingen opeens wel onaangename geuren verspreiden.
Onze ervaring is dat viesheid inherent is aan armoede. We zien een enorm groot verschil tussen het leven in de stad en het leven op het platteland. We zien onderweg veel zware, kleinschalige landarbeid, vaak met behulp van karbouwen of ossen. Men leeft met een heel gezin vaak in een schamel, één kamer huisje. Over het algemeen zien we buiten de steden behoorlijk wat trieste armoede. Opvallend zijn dan wel weer de vele schotel antennes op de daken
Chinezen
slurpen, laten ongegeneerd boeren en spugen op straat waar je bij staat: absoluut
waar! Noedelsoep hóór je naar binnen te slurpen, en aan rochels
uitspugen op straat schijnt niemand zich te storen!
Is
het eten hier zo veel anders dan wij gewend zijn in Nederlandse Chinese restaurants?
Ik
denk dat ik de eerstvolgende keer dat ik naar de chinees ga in Nederland de kaart
eens goed ga bestuderen. Ik hou het meestal maar bij de gerechten die ik ken,
maar misschien mis ik daarmee een keur aan gevarieerdheid. We hebben steeds uit
heel veel groenten, vis, vlees en tahoe gerechten kunnen kiezen.
Alhoewel
Je kunt ook dingen kiezen die we absoluut niet op ons bord willen zien:

Of
de extreme variant van kikkerbillen:
-------------------------------------------------------------
De Chinese Taal (China)
Ik
adviseer vakantiefietsers altijd één woord per dag te leren. Als
je dan vier weken in bijvoorbeeld Frankrijk hebt rondgefietst, spreek je al gauw
zo'n dertig woorden. Ikzelf heb altijd een notitieboekje bij de hand waarin ik
de dagelijkse woorden opschrijf. Tijdens een fietspauze pak ik het boekje en neem
de woorden door met het bedienend personeel of iemand die naast ons zit. Na een
paar keer oefenen heb ik de juiste uitspraak te pakken. Lol gegarandeerd.
Maar
helaas! Hier in China is mijn woordenschat na tien dagen gestrand op twee woorden.
Ja, je leest het goed: Twee woorden! Het eerste woord is de naam van de Teleaccursus
Mandarijn; Ni hau. En dat betekent: 'hallo.' Een ander fijn woord om te leren
is 'dank je wel'. En met dit woord ben ik blijven steken. Zouden mijn hersenen
door de Malaria-profylaxe zijn aangetast? Nee, het is de uitspraak die mij nekt.
Dankjewel moet ongeveer klinken als Sisi, maar dan met een I die de richting van
een E opgaat. Dus iets tussen Sisi en Sese in. Maar hoe mijn stembanden zich ook
in allerlei bochten wringen, ik ben niet een Chinees tegengekomen de het snapte.
Ben ik nou gek, of zijn zij gek? Tja, in het Mandarijn kun je klinkers wel op
32 verschillende manieren uitspreken. Twee toonhoogtes; te weten hoog of neutraal.
En daarnaast kun je een glissando omhoog of omlaag maken, een glissando die eerst
naar benedengaat en dan omhoog, of gewoon de toon op hoogte houden. En dan heb
je ook nog verschillende accenten zoals wij die bij de é en de è
kennen. En dan heb ik het nu alleen nog maar over de klinkers en laat ik de medeklinkers
buiten beschouwing. Ook die kun je op veel te veel manieren uitspreken. Na tien
dagen ben ik erachter gekomen dat onze Nederlandse stembanden en taal-hersenlobben
niet subtiel genoeg zijn voor de Chinese taal. Om je een idee te geven, heb ik
een aantal mogelijkheden om 'dank je wel' te zeggen op een rij gezet: Sisi, tsitsi,
sjisji, tsjitsji, tsitse, tsjètsjé, tsjétsjé, tsjètsjè,
tsitsé, sitsji, sèsé, sétsjé, sjètsjè,
en zo kan ik nog wel een half uur doorgaan.
Nee
wat betreft het Chinees, kan ik het beter bij schrijven houden. De naam van de
stad Kunming kan ik schrijven en lezen in het Chinees. Het bestaat uit twee karakters,
die ieder uit twee delen bestaan. Rechts is een flatgebouw van twee verdiepingen
op pootjes en links daarvan is hetzelfde flatgebouw maar dan zonder pootjes. Het
linkerkarakter bestaat uit twee slagroomtaarten met daaronder twee handgeschreven
T's.
En zo heb je de stad Jansui waarvan het rechterkarakter het getal Pi
(3,14) is, maar dan met twee haarsprieten. Het linkerkarakter bestaat uit een
jukebox met LP's die in een bootje staat. Bij het vragen van de weg, werken de
Chinese karakters tien keer beter dan mijn westerse uitspraak. Ik wijs op de kaart
de plaatsnaam aan, die er goddank ook in het Engels bijstaat, en ze snappen het
meteen. Dus beste vakantiefietser; als je gaat fietsen in China -wat ik je zeker
kan aanraden- probeer dan één woord per dag te leren schrijven.
En die uitspraak, mwaaah laat die maar lekker zitten!
--------------------------------------------------------------
Sambal
Bij? (China)
Het meisje bij de afhaalChinees vraagt altijd:
´Sambal bij?´ In de Chinese provincie Yunnan groet ik de kokkin hiermee als wij
ergens noedelsoep bestellen.
Tientallen
ogen kijken nieuwsgierig hoe wij met de stokjes netjes proberen te eten. Dat is
tegen de Chinese gewoonten in, want boeren, slurpen en rochelen mag hier gewoon.
Grapjes maken ook. ´Sambal bij?´ doet de kokkin mij na. Iedereen lacht en probeert
het na te zeggen. Veel lachende gezichten die het ook een leuke begroeting vinden.
Dus als je over vijf jaar in Yunnan begroet wordt met ´Sambal bij?´, dan heb je
dat aan ons te danken.
--------------------------------------------------------------
Zo
op de fiets schieten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Dit is er ook zo eentje:
Waaromkamperen op een camping Municipal als je voor minder geld kunt leven als
God in Frankrijk in China. Een flesje Coca-Cola, altijd goed om het prijspeil
in landen vergelijken, gaat de keel in voor een kwartje. Voor anderhalve euro
werken wij een complete maaltijd naar binnen. En voor een viersterrenhotel, in
Frankrijk onbetaalbaar, betalen we 12 euro.
------------------------------------------------------------
Sa Pa (Vietnam)
"Kom op, je kunt het. Je kunt het!" klinken de aanmoedigingen van Eric herhaalde malen. We zijn onderweg naar Sa Pa, het voormalige Frans koloniale 'hill station' in de noord Vietnamese bergen. Hoe stoer het aan het begin van zo'n klim ook lijkt, een gemiddeld stijgingspercentage van 10%, 29 km lang, is killing op de fiets. We hebben er dan ook de hele dag voor uitgetrokken. Maar ach, de volgende dag hebben we een rustdag gepland.



Als
je de foto's in de reisgidsen ziet, is de Sa Pa vallei een van de mooiste plekken
van Vietnam. Maar helaas hangen de wolken erg laag en zien we slechts wat vage
contouren van de talloze rijstterrassen en bergdorpjes die tegen de bergflanken
genesteld liggen.
Sa
Pa is niet alleen om z'n bijzondere landschap populair bij toeristen. Het stadje
ligt op 1650 m hoogte en is daardoor verademend koel. Er zijn veel restaurantjes
waar je westers kunt eten. In de meeste hotels wordt goed engels gesproken door
het personeel, wat het inwinnen van informatie een stuk gemakkelijker maakt dan
onderweg. Je kunt er fantastische trekkings doen. En je kunt er een keur aan mensen
van de bergstammen ontmoeten in hun traditionele kledij.
We nemen onze
intrek in het Mountain
View Hotel, in een kamer met uitzicht op de hoogste berg van Vietnam, de Phan
Si Pan. De eigenaresse spreekt heel goed engels. Ze is duidelijk gewend aan de
gewoontes en wensen van westerlingen. Ze geeft heldere informatie als wij vragen
naar de grensovergangen met Laos. De meest noordelijke blijkt nog steeds gesloten
te zijn voor westerse reizigers. De volgende ook. Die daarna is wel open, maar
niet zonder visum. Bij de vierde zouden we wel een visum aan de grens kunnen kopen,
maar dat betekent een week extra fietsen. Anders kun je alleen in Hanoi een visum
regelen.
Hmm, wat nu? Wij waren ervan uit gegaan dat we ons visum gewoon aan
de grens konden kopen.
"Ik kan wel een visum voor jullie regelen via
een touroperator. Dat duurt twee dagen."
Er zit niets anders op dan voor
deze optie te kiezen. 'Noodgedwongen' verblijven we dus drie dagen in Sa Pa.
En
eigenlijk vinden we dat helemaal niet zo erg. We eten na twee weken weer eens
lekker croissantjes met kaas, frietjes met mayonaise en pizza met een glaasje
wijn erbij. We bezoeken de markten, maken een fietstochtje naar een dorpje in
de omgeving en fotograferen de bergbevolking in hun bijzondere kledij.
En de
wolken: die zijn de hele tijd tussen de bergen blijven hangen. We hebben de Phan
Si Pan niet gezien. Hopelijk trekken ze een beetje op als we de pas over gaan.
Want we willen natuurlijk nog wel wat van het prachtige noordwesten van Vietnam
zien.
--------------------------------------------------------------
Onschuldige kinderogen (Vietnam)
Tijdens
de klim naar het stadje Sapa, wacht ik in de berm op Carla. Een kind kijkt mij
met stralende ogen aan. Het zijn zwarte wateren waarin ik verdrink. De rimpelloze
lach straalt mij tegemoet. Er gaat zoveel energie van uit dat Jomanda er jaloers
op zou worden. In de lach zit een mond vol glanzend witte melktanden die prachtig
afsteken tegen het lichtbruine hoofdje met gitzwart haar. Ik zou er zo een foto
van willen nemen, maar ja Carla heeft het toestel en die is nog niet in zicht.
Het beeldschone kind heeft een leeftijd waarbij het er niet toe doet of je een
jongen of een meisje bent. Eerlijk gezegd is dat ook niet te zien. Ik groet met:
'sin chow.' Het blijft energiek glimlachen en de amandelvormige ogen glijden over
de fietstassen. Ze stoppen bij het plastic tasje dat achterop gebonden zit. De
linkerhand gaat naar het tasje en trekt er een rietje uit. De stralende lach maakt
plaats voor een vieze grimas als blijkt dat het een afvalzakje is. De ogen gaan
naar beneden en stoppen bij het ritsje van de fietstas. De onweerstaanbare glimlach
verschijnt weer op het gezicht en de andere hand probeert de rits open te trekken.
Ik kijk streng en zeg dat dat niet verstandig is. De wonderschone glimlach verdwijnt
en maakt plaats voor een blik vol teleurstelling. Ik probeer met mijn ongeschoren
kop de glimlach na te doen, maar de ogen zijn verstard en het kind is teleurgesteld.
Later
denk ik terug aan dit tafereel dat hooguit een minuut duurde. Zo jong als het
kind is, zo onschuldig is het allang niet meer. Door toerisme heeft het onbewust
geleerd dat zo'n glimlach verpletterend werkt. Succes gegarandeerd en als beloning
wacht dan een snoepje of een heuse pen. Tja, toerisme brengt kuddetoeristen en
die delen vaak cadeautjes uit. Snoepjes uitdelen is slecht voor de tanden. Met
pennen ondermijn je het schoolsysteem waarbij kinderen pas een pen krijgen als
ze met potlood kunnen schrijven. En geld is helemaal uit den boze. Soms halen
bedelkinderen meer geld op dan hun hard werkende vader die op het land rijst staat
te plukken. Of wat te denken van mismaakte kinderen. Die wekken medelijden op,
dus een goed inkomen is gegarandeerd. In India worden kinderen soms expres mismaakt
om deze rede. Geef dus nooit iets. En als je iets geeft, geef dan iets te eten.
De kans is echter groot dat ze dat niet eens willen! Helaas wordt bedelen aangeleerd.
--------------------------------------------------------------
Kuddetoerist versus vakantiefietser (Vietnam)
Ik
ben het met je eens Eric dat reisorganisaties geen suggesties zouden moeten doen
in hun voorbereidende informatie over wat je zou kunnen uitdelen aan de kinderen.
Integendeel: ik vind dat kinderen geleerd hoort te worden dat je iets moet verdiénen.
Massatoerisme heeft er ook voor gezorgd dat in plaatsen als Sa Pa de oorspronkelijke
bevolking niet meer zo authentiek is als weleer. De meeste verkoopsters spreken
een paar woordjes engels: "Buy from me, why don't you buy from me, nice earrings,
nice blanket." De handelswaren worden bijna bedelend aan de man gebracht.
Even rustig kijken is er niet meer bij. Als het op die manier gaat heb ik al helemaal
geen zin meer om iets te kopen. Met misplaatste gêne maken we toch een foto.

Zes jaar geleden was ik zo'n 'kuddetoerist' die pennen en ballonnen aan kinderen uitdeelde. In Vietnam. En ook toen gebeurde hetzelfde als we gisteren zagen: namelijk dat er niet genoeg was voor alle kinderen. Toen waren het mijn pennen, nu waren het snoepjes die door Vietnamese toeristen werden uitgedeeld. Er ontstond een gevecht, en een aantal kinderen begon te huilen omdat ze niets kregen.
Het
kopje koffie dat ik drink op het terras van het Mountain View Hotel smaakt heel
bijzonder. Ik proef de typische Vietnamese koffiebonen en het brengt de herinneringen
aan mijn reis van zes jaar geleden levendig terug. De rieten punthoedjes, de markten,
de gevarieerdheid aan groenten, fruit en levende en dode handel. Het voelt alsof
ik nog iets afmaak, want dit gedeelte van het land heb ik toen niet bezocht.
Kuddetoerist
of niet: het was voor mij een heel bijzondere reis. Alleen al omdat ik er zes
vrienden aan heb overgehouden!
Het kwam toen erg goed uit om met een reisorganisatie
op pad te gaan. Ik was net weer alleen, en al mijn vriendinnen hadden hun vakanties
al gepland. Het voelde erg veilig. Ik was nog nooit in Azië geweest. Een
collega, die ook single is, zei tegen mij: "Ik werk het hele jaar hard, en
moet alles altijd alleen bedenken en doen. Als ik op vakantie ben, wil ik dat
eens even niet. Dan wil ik dat alles voor me bedacht en geregeld wordt. En ik
ben bereid daar goed voor te betalen."
De gids regelde inderdaad alles.
Hotels, treinplaatsen en excursies waren geboekt. Ze wist de mooiste plekjes,
de leukste straatjes en de lekkerste restaurantjes. Ik heb nog nooit elke dag
zo lekker gegeten als tijdens die reis. Ze vertelde de mooiste legendes tijdens
de busritten, en ik had alle tijd om een heel dagboek vol te schrijven. Maar,
ik heb tijdens die reis niet één woord Vietnamees geleerd. Ik schrok
toen we in de laatste week opeens noedelsoep voor ontbijt kregen. En er was geen
tijd in het schema om eens een extra dagje ergens te blijven of om van de route
af te wijken.
En
nu vraag je me of het leuker is om zo te reizen zoals we nu doen?
Ja, natuurlijk
is het dat!
We leven veel meer zoals de mensen in de landen waar we doorheen
fietsen leven. Eindigen we de dag in een klein plaatsje, dan overnachten we in
een eenvoudig hotelletje en nemen we genoegen met een hurk WC en een koude mandie.
Of als er helemaal geen accommodatie is slapen we in een tempel, op een politiebureau
of zetten we de tent op. We kijken wat de mensen in het stalletje op de hoek eten
en wijzen aan wat ons lekker lijkt.
Een paar dagen later laven we ons wel weer
aan een heet bad, een zacht bed en toast met jam.
We leren elke dag een of
twee woorden, en weten hoe we moeten tellen in de lokale taal. We leren de plaatselijke
gewoontes. We zweten als de zon schijnt, we worden nat als het regent, we worden
vies als de weg geen asfalt heeft, we worden onpasselijk als we langs een hoop
rottend afval rijden en we worden blij als we weer een stalletje tegen komen met
banaantjes
Maar Eric, ik zou het niet zonder jou kunnen. Ik leer nog elke dag van je hoe je je kunt handhaven in een vreemde cultuur. Ik leef mijn lang gekoesterde droom.


--------------------------------------------------------------
Gesprek
(Vietnam).
Het
is heerlijk zoals Vietnamezen hun best doen om mij te begrijpen. Helaas zonder
dat het daadwerkelijk lukt.
Bijvoorbeeld in het eettentje in Pa So. We bestuderen
het menu.
"Grilled fish. Is that spicy?" vraagt Carla.
Het meisje
kijkt haar aandachtig aan en zegt: "Yes."
"No, dat wil ik dan
niet." en Carla kijkt nog even verder.
"Fried fish. Spicy?"
De
Vietnamese hersenen gaan werken zoals ze altijd werken. Dat wil zeggen ze zullen
er alles aan doen om te zorgen dat Carla niet teleurgesteld wordt. Op het vorige
antwoord kwam een duidelijke teleurgesteld 'no', dus nu moet er een 'yes' komen.
Na een lange denkpauze zegt het meisje: "No!".
"Yes, doe
mij die dan maar", en het meisje haalt opgelucht adem. Dat de vis toch scherp
is, dat is van latere zorg.
In
het hotel hebben wij, zoals gebruikelijk in Vietnam, onze paspoorten afgegeven,
zodat die aan de politie getoond kunnen worden. Ik vraag de volgende middag of
ze al terug zijn: "You have passport?"
"Yes, yes."
"Kan
ik dan het hotel betalen?"
"Yes."
Hierna volgt er geen hand
die naar de lade gaat waar ze in horen te liggen, maar blijft de schattige receptioniste
mij met haar grote zwarte ogen aanstaren.
Ik wijs op de lade en zeg nog eens:
"Passport?"
"Yes", zegt ze glimlachend, maar verder geen
actie.
Met mijn handen trek ik een rechthoek en zeg: "Passport"
en haal geld tevoorschijn. Het balletje valt.
"Later. Evening. 9.00 AM."
"PM,
I hope?" Want AM is 's ochtends, en dan zijn we al vertrokken.
"Yes,
yes."
Ik laat het hier verder bij en sluit af met een duidelijk gebaar.
Ik
ga over op mijn tweede vraag. Ik wil karton hebben om over de fietsen in de taxi
te leggen.
"You have cardboard?"
"Yes, yes." Stoïcijns
kijkt de lieve schat mij aan.
Ik haal diep adem en tel tot tien. Dan herhaal
ik mijn vraag nog eens.
Alsof ze het opperste geluk heeft gevonden in een
Engels gesprek met mij, zegt ze verrukt: "Yes. Evening. 9.00 AM."
Ik
slaak een diepe zicht, dat was volgens mij toch echt het vorige gesprek. Ik wijs
naar een doos met flessen water. Ik klop op het karton en zeg: "Cardboard.
You have?"
"Yes, you take! One bottle, sixthousand Dong", zegt
ze opgelucht dat ze het gesnapt heeft.
"No. No water... Cardboard!"
"No
problem. Tonight. 9 AM."
Dan valt bij mij het balletje. In Vietnam spreken
ze de 'r' en de 's' bijna niet uit. Het engelse woord passport klinkt dan als
'papòòt.' Het engelse woord cardboard klinkt dan als 'cabòòd'.
En dat lijkt op elkaar. Zeker als je tegenover een reusachtige kerel staat die
de tijd neemt om jou je engels te laten oefenen. Ach, zelden ben ik zo veel slecht
Engels-sprekende mensen tegengekomen die het zo goed menen. Het stelt ons geduld
danig op de proef.
--------------------------------------------------------------
Marktdag in Vietnam
In Vietnam zijn veel markten. Carla als vegetarier loopt altijd snel voorbij de vleesafdeling. Nee, zij vind de groenteafdeling veel kleurrijker. Hier staat een fotoimpressie van wat je zoal vindt op de marktjes.
--------------------------------------------------------------
Mastodont
(Vietnam)
Ik
voel mij hier in Vietnam een mastodont. Krom voorovergebogen wandel ik tegen een
berg op in een traag tempo en banjer overal doorheen met mijn schoenmaat 44. Met
mijn lange lijf bots ik soms tegen een tak aan die ik niet opmerk omdat ik te
veel naar de grond kijk. Ik ben dermate gedegenereerd dat mijn ogen hun aandacht
moeilijk kunnen verdelen tussen het olifantenpaadje en het prachtige berglandschap.
Als ik een huis binnenloop, stoot ik mijn hoofd tegen de deurpost. Ja, ik ga hier
in Vietnam letterlijk gebukt door het leven. Dat ik groot ben vinden de Vietnamese
vrouwen maar heel bijzonder! Ze kijken naar mij op alsof ze een reus zien. En
als ik mij twee dagen niet geschoren heb, vinden ze die barbaarse haren op mijn
kin maar wat interessant. ![]()
Ook
tijdens het eten voel ik mij een wildeman. Ik kan erg goed overweg met drumstokken,
maar het eten met chopsticks blijft lastig. Zeker die laatste rijstkorrels in
het kommetje. Als de tafel afgeruimd wordt, kun je op het tafelblad precies zien
wat ik gegeten heb. Wij ontbijten vaak met 'pho'; noedelsoep. Ik til een bundel
noedels uit de soep met mijn stokjes en duw de kluwen in mijn mond. De slierten
die nog uit mijn mond hangen, bijt ik af. Het resultaat is dat ik aan het einde
van mijn soep, allemaal vermicellisliertjes over heb. De vietnamezen doen dat
veel handiger; ze slurpen de noedels gewoon in één keer naar binnen.
Het ziet er niet zo netjes uit, maar het is wel de beste manier. Behalve voor
de oerman Eric Schuijt. Als ik dat probeer, slingeren de noedelslierten alle kanten
op en spetteren ze alles onder de vettige bouillon. Is het gek dat ik mij hier
een prehistorisch dier voel? 
Ook
op een
subtieler niveau verslaan de Vietnamezen mij met vlag en wimpel. Na het eten veeg
ik mijn tong aan de binnenkant van mijn mond langs de voorkant van mijn tanden,
om een stukje rijst er tussenuit te halen. Binnen tien seconden zet een lachend
meisje tandenstokers voor mij neer. En passant haalt ze snel de stokjes uit mijn
kommetje, omdat die er rechtop in staan. Zo staan namelijk altijd de wierookstokjes
die in schalen voor de voorouders worden gebrand en dat is een teken van de dood.
Oh jee, er is geen suiker meer voor bij de thee. Snel loopt ze naar een kruideniertje
en haalt het daar voor ons. Er worden twee gebakken visjes gebracht, maar die
haalt ze meteen weer weg. Verbaasd kijken Carla en ik elkaar aan en wachten geduldig
af. Ah, kijk daar zijn ze weer. Dit keer met verse korianderblaadjes erop.
Wegens
visa-perikelen, moeten we ons -erg strakke- schema aanpassen en nemen een taxi
naar Mai Chau. De taxichauffeur legt voorzichtig mijn Koga neer en stopt overal
karton tussen. Daarna volgt een laag karton en komt Carla's Koga er bovenop. Met
geduld puzzelt hij de elf fietstassen overal tussen en vraagt bij iedere tas of
het 'ok' is. Zo stouwt hij alles met respect voor onze spullen in de achterbak.
Al met al duurt het inladen een klein uur en ligt alles schuifvast en krasvrij
achterin de Toyota Corolla.
Toch
heeft mijn weinig subtiele aard ook zijn voordelen. Zeker als het om eten gaat
kan ik direct zijn. Nee, géén pepers door mijn gebakken groente!
Nee, geen water uit de kan, maar uit de fles! Nee, geen hart en lever! En nee,
zeker geen hond! En: Ja, wel twee gebakken eitjes. Maar toch heeft deze mastodont
iets geleerd van zijn vorige reizen. Ik kan direct zijn, maar ik doe het met respect
voor de ander. En uiteraard met een gulle lach. Die doet wonderen. :-)
--------------------------------------------------------------
Bergen
en dalen (Vietnam)
"Wauw,
wat is het mooi, maar wat is het zwaar fietsen zeg!"
"Hier in noord
Vietnam fiets je van vallei naar vallei, in plaats van door de bergen", zei
Eric vandaag.
"Hoe bedoel je dat precies? We fietsen toch door de bergen
of niet soms?"
"Meestal volgt de weg een dal waar een rivier door
heen stroomt, en loopt de weg min of meer met de rivier mee. Maar hier gaat de
weg constant van de ene vallei naar de andere, dus over de bergruggen heen. Daardoor
zitten er veel beklimmingen en afdalingen in".
Sinds
we in Vietnam zijn, zijn we alleen maar aan het klimmen, of dalen. Zelfs als de
weg wel door een rivierdal loopt, klimt de weg een aantal keren tot wel 200 meter
boven de bedding. We, of eigenlijk moet ik zeggen: ik, haal met moeite 75 kilometer
per dag. Eric staat vaak op mij te wachten. We staan voor dag en dauw op en komen
pas bij schemer bij het volgende guesthouse aan.
Maar
al die moeite wordt wel met heel veel moois beloond.
De bergen rijzen elegant,
zeer steil vanuit het dal omhoog, tot aan de toppen met talloze varianten groen
begroeid, Piramide-achtige bulten geven valleien een surrealistisch aanzien waardoor
ze zo uit The Lord of the Rings zouden kunnen zijn gekomen. We zien veel mensen
van verschillende bergstammen die in hun kleurrijke kledendrachten naar de weg
zijn gekomen om hun waren te verkopen. Huisjes van hout of bamboe op palen staan
gecamoufleerd tussen het groen op de hellingen. We moeten om de haverklap uitwijken
voor scharrelende kippen, wroetende hangbuik zwijnen en lome karbouwen. Kinderen
en volwassenen roepen al van ver "Hello" naar ons en lachen verbaasd
als ze van ons de Vietnamese begroeting: "Sin tjouw" terug krijgen.
Helaas willen veel van die kleurrijke mensen niet gefotografeerd worden. Velen
van hen denken dat je hun geest daarmee meeneemt en zijn daarom bang van de camera.
Anderen vinden het wel leuk gelukkig, vooral als ze zichzelf daarna op het schermpje
van de digitale camera kunnen bekijken.
Nee, noord Vietnam is heel anders dan
de drukbevolkte gebieden langs de kust, waar mijn reis
van
zes jaar geleden voornamelijk langs ging.
Vanaf
Mai Chau naar de grens met Laos gaat de weg gelukkig wel voor een groot deel langs
verschillende rivieren. Regelmatig fietsen we door brede, vlakke valleien. Slechts
enkele malen zoekt de weg het hogerop.
Langs rivieren heeft zich vaak handel
en bedrijvigheid geconcentreerd. Er is daardoor altijd veel te zien en te ontdekken.
Zo weten we nu tenminste waar de eetstokjes vandaan komen.
Ondanks
de bedrijvigheid is er weinig tot geen accommodatie te vinden langs de route,
en komt de tent goed van pas. Met permissievan de eigenaar overnachten we op een
droog rijstterras, naast een watervalletje.
------------------------------------------------------------
Het is geen stijl; zo steil is het! (Laos)
"Ik
kan mij niet herinneren dat ik zo veel dagen achter elkaar, zo vaak op het lichtste
verzet heb gefietst", zeg ik tegen Carla.
"Nou, ik fiets soms zo
langzaam dat mijn kilometerteller gewoon op nul blijft staan. Ik denk dat ik daardoor
hele kilometers mis op m'n teller."
Voor de vierde achtereenvolgende
dag komen we niet verder dan een kilometer of zestig. Hoe dat komt? Reken maar
eens mee: We beginnen op 600 meter hoogte en klimmen naar 1600 meter hoogte. Dit
met een snelheid van vijf kilometer per uur en een stijgingspercentage van zeven
procent. Maar soms ook 17 procent! Als je de stelling van Pythagoras hierop zou
loslaten, zou je op een afgelegde weg uitkomen van vijftien kilometer, waar wij
dus drie uur over doen! Of eigenlijk moet ik niet zeggen wij, maar Carla. Die
is dan echt drie uur aan het zwoegen. Ik fiets in een hoger tempo vooruit en wacht
op haar. Alles bij elkaar is Carla per dag minstens en uur langer aan het fietsen
dan ik. Voor mij is het al zwaar, laat staan voor haar.
Eenmaal
boven blijven we een tijdje op hoogte. Maar denk maar niet dat het vlak is. Oh
nee! Het zijn steeds korte steile stukjes omhoog, tot zelfs 19 procent. En dan
weer naar beneden. Soms zit er een langere afdaling tussen waarbij we binnen een
kwartier van 1400 meter afdalen naar 1000 meter. Vervolgens zijn we weer ruim
een uur aan het zwoegen om weer op 1400 meter te komen.
En ja, ik heb
natuurlijk meer bagage en heb bijvoorbeeld de spiegelreflex in mijn tas. Wat voor
Carla weer niet leuk is, want juist zij vindt fotograferen zo leuk om te doen!
En dat frustreert haar dan weer.
"Volgend jaar neem ik een eigen camera
mee. Dan kan ik foto's maken wanneer ik wil."
"Nou, dan neem je
deze toch weer in je stuurtas."
"Ja, maar jij hebt meer tijd om foto's
te maken. Als ik dáár stop, waar jij op mij staat te wachten, moet
ik nog op adem komen en ben jij al weer uitgerust!"
"Maar een eigen
camera maakt toch niet de bergen minder steil?"
Nou, beste lezer, je voelt
het al, dat wordt volgend jaar een vlakkere tocht.
Ach, het is een bijzonder traject dat wij afleggen. En de vriendelijkheid van de Laotianen, geeft ons geen gelegenheid om uit ons humeur te raken. We rijden door een gehucht dat alleen bestaat uit grofhouten hutjes en een paar akkertjes. Een moeder kip houdt haar kuikens warm, een hangbuikzwijn wroet in de berm op zoek naar iets eetbaars en puppies stoeien op het midden van de weg. Volwassen mensen kijken verbaasd, maar groeten vriendelijk. Blote peuters rennen huilend hard weg alsof de duivel hen op de hielen zit. Oudere kinderen staren ons aan alsof ze een spook hebben gezien. Pas als we groeten met "Saabaidi" en stilstaan, zien ze dat wij ook maar gewoon mensen zijn.
Als
we zo aan het puffen zijn merk ik cynisch op: "Carla, er is iets wat ik niet
snap. Ik heb gelezen dat de Amerikanen Laos platgebombardeerd hebben. Nou zo te
zien aan de bergen klopt daar niets van."
"Zal ik daar iets over
schrijven?"
"Ja goed, idee!"
--------------------------------------------------------------
Duizend bommen en granaten (Laos)
Als
je vanuit Vietnam Laos in fietst, merk je er eigenlijk niets van. Geen grote waarschuwingsborden
aan de grens. Geen informatiefoldertjes. Nergens zien we verminkte mensen.
Maar
onze reisgids staat er bol van, en iedere toerist weet wel iets te vertellen over
Laos' grootste probleem: UXO, Unexploded Ordnance, oftewel: onontplofte munitie.
Wij hadden nog nooit gehoord van de geheime oorlog van de CIA in Laos. We lezen dat tussen 1964 en 1973 gemiddeld iedere acht minuten, 24 uur per dag, negen jaar lang, een vliegtuiglading bommen boven, met name, de oostelijke provincies van Laos werd gelost. Dat komt neer op anderhalve ton per inwoner van Laos. Dit kostte de Amerikaanse belastingbetaler negen jaar lang twee miljoen dollar per dag! En geen belastingbetaler die het door had En dit alles uit angst van de Amerikanen voor het oprukkend communisme in Indochina. Het 'domino effect' zoals president J.F. Kennedy het noemde in zijn eerste State of the Union.
De communistisch gezinde regering van Laos, de Pathet Lao, had zich verschuild, maar de CIA wist niet precies waar. Niets werd ontzien om de Pathet Lao uit z'n schuilplaats te lokken. Overal werden de bommen afgeworpen.Niet alleen conventionele, maar ook cluster- en zelfs chemische bommen.
De Pathet Lao bleek zich in de grotten bij Vieng Xai te hebben verstopt, de eerste grote plaats op onze route door Laos. De grotten zijn op dit moment een van de belangrijkste bezienswaardigheden van oost Laos. Het is een zeer indrukwekkend verhaal, met name omdat de bevolking van Laos nog elke dag met dit stuk geschiedenis rekening dient te houden. Het is zeer onverstandig om van duidelijk belopen paden, of bewerkte stukken grond af te wijken.
Als
fietstoerist dien je je dit terdege te realiseren. Even de bosjes in duiken voor
een grote of kleine boodschap kan levensgevaarlijk zijn. En wat te denken van
wildkamperen. Kijk uit waar je je haringen de grond in slaat.
Normaal gesproken
zoeken we een plekje waar je vanaf de weg niet zichtbaar bent, maar hier is dat
dus niet zo verstandig. We vonden een duidelijk door koeien en mensen belopen
stuk berm. Zoals jullie begrijpen hebben wij het overleefd.
We
hadden het geluk dat we ons in de wolken (lees mist) bevonden en daardoor redelijk
onzichtbaar waren voor langskomend verkeer.
De
Laotianen gaan met enig cynisme om met dit verleden. In Phonsavan, de hoofdstad
van de meest getroffen provincie, zien
we datrestanten van munitie en onschadelijk gemaakte bommen op een creatieve manier
dienst doen als versiering van tuinhekjes, als kaarsenstandaard of als plantenbak.
In het hotel parkeren we de fietsen naast een aantal meterslange vliegtuigbommen.
De muren van de lounge zijn behangen met artikelen over de oorlog. We dineren
's avonds met achter ons aan de muur mortieren, granaten en munitiebanden. Ze
staan niet op het scherp. We bezoeken de Vlakte van de Kruiken, waar eeuwenoude
kruiken staan van soms wel twee meter hoog. Ze staan temidden van een aantal bomkraters.
Waar we ook kijken, we kunnen niet om de pijn van Laos heen.
--------------------------------------------------------------
Goede daden (Laos)

Op bovenstaande foto zie je de munteenheid van Laos. Dat is de Kip. Ik zal je een idee geven van de waarde van 1 Kip. Een levende kip kost 3.000 Kip en een noedelsoepje met kip kost 5.000 Kip. Een kuikentje kost 300 Kip, dus er gaan tien kuikens in 1 kip die dus weer 3.000 Kip kost. Voor 3.000 Kip kun je ook een dozijn gekookte eieren kopen. De Laotianen denken lekker makkelijk; omdat een ei uit een kip komt -of andersom-, is het Laotiaanse woord kip en ei nagenoeg hetzelfde. 'Ei' is ' khai' en 'kip' is 'kai'. Deze woorden klinken in mijn westerse oren exact hetzelfde, dus de 'h' in 'khai' kunnen we net zo goed weglaten. Hiermee is ook het vraagstuk opgelost wat er eerder was. Het 'kai' of het 'kai'? Het 'kai' natuurlijk.
Bij
het laatste feestje van Carla en mij, vroegen wij vrienden om ons géén
cadeau te geven, maar tijdens hun vakantie mensen te helpen die dat nodig hebben.
Maar ja, vrienden met kleine kinderen komen niet snel in derde wereldlanden. Dus
hebben Pepijn, Miranda, Gerrit en Jacqueline ons Kippen gegeven voor onderweg.
In
de buurt van Nam Neun, een stadje waar toeristen doorgaans niet komen, reden wij
door een typisch Laotiaans dorpje; houten paalwoningen, strooien daken, blote
peuters, zwaaiende kinderen en loslopende kippen en kuikentjes. Kindjes roepen
'Sabaaidi', soms gevolgd door 'falang!', westerling. Een groep mannen was bezig
de restanten van een verbrand huis op te ruimen. Mijn Laotiaans is niet zo goed
als mijn Engels en hun Engels is nog minder dan mijn Laotiaans. Dus gebaarde ik
naar het huis en maakte een vragend gebaar. Ik wees naar verschillende mensen
en terug naar het huis. Na twee keer snapten ze het en iedereen wees naar een
kleine man die bovenop het verkoolde skelet stond. Ik maak het Aziatische gebaar
van; kom eens hier, en hij klauterde naar beneden. Ik liet hem de ansichtkaart
van Pepijn en Miranda zien en overhandigde hem een aantal Kip. 'Si hawy phan Kip',
zei ik, en schreef 400.000 Kip in het zand. Dat zijn twee Laotiaanse maandinkomens.
Hij was er beduusd van en gaf het aan zijn vrouw. Twee minuten later waren deze
twee 'falangs' weer verdwenen in de mist.
Later
op de dag zag Carla een havenloos geklede man lopen waarvan de broek uit niet
meer dan een paar stroken vergaand katoen bestond. 'Nou, die mag wel een nieuwe
broek kopen', zei Carla. Niet dus, dat hebben wij voor hem gedaan. We namen hem
mee naar een winkeltje, waar ze maar liefst tien verschillende broeken hadden.
Carla hield er een voor zijn middel, om te kijken of de maat klopte. Hij pakte
de broek beet en deed het taille om zijn nek; de Laotiaanse manier om te zien
of het zijn maat is. Glimlachend liep hij er mee weg en heb ik nog 10.000 Kip
afgedongen op de broek. Kijk, dat je als westerling meer betaalt, dat is OK, maar
in dit geval vond ik dat niet nodig.
Rond
het toeristische Luang Prabang roepen kinderen: 'Sabaaidi OK!' als teken dat het
goed is. Maar weinig mensen weten waar dat 'OK' vandaan komt. Een eeuw geleden
werden in de Ford-fabrieken de auto's gecontroleerd door een zekere Otto Karl.
Als een auto in orde was, zette hij zijn initialen op het assemblagerapport. Pas
als er O.K. op stond, mocht de auto worden afgeleverd. Nu weet jij dat misschien
niet eens, laat staan de Laotiaanse kleintjes. Dus wij wilden ze meer kennis bijbrengen,
immers de enige vorm van duurzame ontwikkelingshulp die werkelijk werkt is opleiding.
In Luang Prabang kochten wij van het geld van Jacqueline en Gerrit een aantal
boeken bij Big Brother Mouse (www.bigbrothermouse.com).
Dat is een organisatie die Laotiaans-Engelse kinderboeken publiceert. Het is de
bedoeling dat je voor een aantal Kip een aantal boeken koopt en die onderweg uitdeelt
aan kinderen in de dorpjes. Hierdoor zullen ze meer interesse krijgen in lezen
en ook nog wat Engels leren. Op weg naar Vientianne hebben wij ze iedere dag uitgedeeld.
Nou, de kinderen vonden het maar wat leuk. En ja, snoep uitdelen is slecht voor
de tanden. En boeken? Ik hoop dat ze niet in het donker gaan lezen, anders worden
ze net zo kippig als ik. En een beetje bril kost al snel 30.000 Kip en daarvoor
heb je ook tien kippen.
--------------------------------------------------------------
Beeld (Laos)
We
zijn na vijf weken in Luang Prabang aangekomen. China en Vietnam lijken al weer
zo lang geleden en ver weg. Het is slechts een aantal weken en toch vele kilometers.
Duizenden huisjes, honderden dorpjes en plaatsjes waar we langs gekomen zijn.
Al die mensen, al die kinderen die naar ons gezwaaid en geroepen hebben.
Wat zullen ze van ons denken vraag ik me al fietsend regelmatig af. Vaak ontmoeten de ogen van een jonge man of vrouw de mijne. Vaak maar één of twee seconden, maar toch. Wat zou het beeld van twee westerse mensen die op een fiets door hun land reizen bij hen los maken. Zouden ze zich veroordeeld voelen tot hun geboortedorp en daar zelden vandaan komen. Of zou dat beeld van twee fietsende reizigers, gecombineerd met de beelden die via de satellietschotels hun schamele huisjes binnen komen, nieuwe dromen in hun hoofd creëren.
Welk beeld heb ik achter gelaten bij dat kleine meisje in die vodden. Wat is haar toekomst? Of die oude vrouw die een mand vol sprokkelhout de berg opzeult. Ze heeft haar hele leven niet anders gedaan.
Hebben
zij een keus vraag ik mij af. Zouden ze zich los willen rukken uit het harde bestaan
dat ze leiden, en net als wij willen weten welke mogelijkheden er achter de volgende,
en de vólgende berg liggen.
Toeristen in een autobusje is voor hen
een anachronisme, maar het bezitten van een fiets komt wel heel dicht bij hun
belevingswereld, en is voor de meesten wel te bereiken. Voor die oude vrouw niet
meer, maar voor die jonge man, die jonge vrouw, dat kind, voor hen wel.
Ik
ben achter die bergen verdwenen en voel me rijk dat ik die keuze wel heb.
Helaas
spreek ik geen Laotiaans en zij geen Engels. Ik zou het ze zo graag willen vragen.

--------------------------------------------------------------
Nieuwe reizigers langs oude wegen (Laos)
Honderd
jaar lang heeft in Laos de ene na de andere strijd gewoed. Sinds eind jaren tachtig
van de vorige eeuw is het redelijk rustig en is het moderne toerisme op gang gekomen.
Zoals in de meeste landen zijn ook hier een aantal plekken immens populair
bij de 'nieuwe reiziger'. Oorspronkelijk vaak vanwege natuurschoon of culturele
bezienswaardigheden. Tegenwoordig ook om andere redenen.
De
route tussen de huidige hoofdstad Vientiane en de oude hoofdstad Luang Prabang
is als handelsroute al eeuwenlang in gebruik, zowel over land als over de traag
stromende Mekong rivier.
Luang Prabang, ontleent zijn aantrekkingskracht van
oudsher aan het koninklijke en boeddhistische karakter van de stad. De Pathet
Lao heeft de laatste koning verbannen naar een grot in noord Laos en het koninklijk
paleis als museum ingericht. De vele Wat's (boeddhistische kloostercomplexen)
zijn bijna alleen nog in authentieke staat in Luang Prabang en Vientiane te bewonderen.
Daarnaast heeft de Mekong altijd al een magische aantrekkingskracht gehad
op reizigers. Het is een van de langste rivieren van de wereld die door verschillende
landen stroomt en is vele duizenden kilometers lang bevaarbaar.
Vang Vieng ligt tussen Vientiane en Luang Prabang, in het centrum van een van de mooiste landschappen van Laos. De meest bizarre krijtsteenformaties domineren hier op een majestueuze manier het landschap. Het is alsof je door Mordor fietst en elk moment oog in oog kunt komen te staan met Frodo of Smeagul. Onze hotelkamer in Vang Vieng heeft vrij uitzicht op deze krijtsteenformaties.
Als
er maar voldoende reizigers door dit soort plekken worden aangetrokken, ontstaat
vanzelf een nieuwe reden om ze aan te doen, namelijk die van de westerse oase
in een vreemde cultuur. In Laos is Vang Vieng zo'n oase bij uitstek.
Door
de komst en de behoeftes van de nieuwe reiziger zijn er nieuwe attracties ontwikkeld.
Vanuit Vang Vieng kun je tientallen uitstapjes boeken naar watervallen en grotten.
Er zijn sauna's en Laotiaanse massagehuizen. Meestal wordt hier serieus gemasseerd,
maar niet altijd
Eenzame man of lesbo, pas op: seks met een Laotiaanse vrouw
is bij de wet verboden op straffe van $ 5.000 per overtreding. Verder kan er gemountainbiked,
gekajakt, geraft, geklommen, gewandeld en getubed worden. Dat laatste is niet
is anders dan je op een tractorbinnenband een snel stromende rivier af laten zakken.
Opeens staan we oog in oog met vrouwen in bikini en stoere mannen met Lao Bier
flessen op een binnenband.
En last but not least: in Vang Vieng kun je in diverse
restaurantjes, liggend op enorme loungebanken en onder het genot van spacepizza,
spaceshake en het overmijdelijke Lao Beer elk uur van de dag een andere aflevering
van 'Friends' bekijken
En voor ons? Na weken van noedelsoep voor ontbijt is het fijn om weer eens een stokbroodje jam en drinkbare koffie op de menukaart aan te treffen. En die warme douche is ook lekker. Maar kajakken en tuben past even niet in onze belevingswereld. Na wekenlang in lange broek en T-shirt met mouwtjes gefietst te hebben, uit respect voor de bevolking, ervaren wij het zelfs als indiscreet dat jonge meiden in bikini rond lopen. We nemen opeens foto's van toeristen in plaats van de locale bevolking en haar dagelijkse bezigheden. Na een rustdag in deze kermis hebben wij het wel weer gezien en fietsen we weer lekker door het echte Laos.

--------------------------------------------------------------
Epiloog
(Laos)
Nou,
onze reis zit er op en we zitten in een heuse hoofdstad. Nou ja hoofdstad. Vientiane
is zo klein dat alles bij elkaar in de buurt ligt. Het ademt de sfeer van een
groot dorp.
En dan de openbare werken
De trottoirs zijn een grote chaos
van bakstenen, grind, valkuilen die eindigen in het open riool, hopen zand, afval
en op de stoep geparkeerde scooters en auto's. Vaak lopen we maar gewoon over
de weg. Innemend worden ons tuktuks aangeboden. We kunnen hier weer westers eten,
en slapen in een goed hotel. Ach, na twee nachten is die luxe al weer gewoon.
We
blikken terug op onze reis; Carla en ik hebben ruim 1900 kilometer op de fiets
afgelegd. Het is niet de afstand die de tocht zwaar maakte, maar het zijn de hoogtemeters
die we gemaakt hebben. We hebben bij elkaar maar liefst een hoogte overbrugd van
26.000 meter. Je zou dus kunnen zeggen dan we vanaf zeeniveau in totaal drie keer
de Mount Everest hebben beklommen! Dat was voor mij zwaar, maar voor Carla nog
een tandje zwaarder. Haar humeur leed echter nooit onder de ontberingen. Zo kapot
als ze soms was, zo fijn kon ze genieten. Wat fijn om met Carla te fietsen. Ze
moppert niet, maar fietst in haar eigen tempo door.
En dan hadden we de hele
dag gefietst en moesten we in het donker nog op zoek gaan naar een slaapplaats.
En daarna op zoek naar een plek waar we iets eetbaars konden krijgen, om de volgende
ochtend om vijf uur weer op te staan. Even na zonsopgang, gewekt door een kraaiende
haan en de geur van houtvuur, zaten we weer op het zadel en zagen hoe het leven
in de dorpjes op gang kwam. Puur genieten en het kalibreren van onze dagelijkse
bezigheden, dat is waarom wij dit doen. En uiteindelijk komen we niet alleen lichamelijk
in een betere conditie, maar ook mentaal. Natuurlijk overpeins je dingen die thuis
spelen. Carla denkt na over haar werk. Haar huidige baan is gestopt en ze hoort
maar niets van de sollicitatieprocedure vlak voor we vertrokken. En van Hein en
Karin in de winkel krijg ik per mail geen vragen. Dus, of alles is goed gegaan,
of er is iets mis gegaan, of ze hebben het gewoon te druk.
Aan
de oever van de Mekong, blikken we terug op de reis.
"Goh, Eric het was
een erg mooie reis."
"Ja hè. Welk traject vond jij het mooist?"
"Het
was bijzonder om door drie landen te fietsen. Weet je, het lijkt alsof het stuk
door China jaren geleden is, zoveel hebben wij daarna beleefd en gezien. Daarna
kwam Vietnam. Anders en toch een beetje hetzelfde. En toen Laos. Een beetje hetzelfde
en toch anders. Maar in alle drie de landen vond ik het toch het mooist als we
heel hoog, over de kammen van de bergen, door de kleine afgelegen dorpjes fietsten.
Dat was ook iets dat alle drie de landen gemeen hadden."
"Wat zou
je achteraf anders hebben gedaan?"
"De planning. Dat is iets wat
ik voor de volgende reis beter wil doen. Sommige etappes waren zo zwaar dat we
er twee in plaats van één dag over deden. Daardoor hebben we twee
keer een stuk met een auto moeten doen. Dat geeft toch een onbevredigend gevoel,
hoewel het wel de wat saaiere stukken waren."
"Zullen we volgend
jaar een minder bergachtig land nemen?"
"Tja, fietsen in de bergen
is erg mooi, maar ik vind het gewoon erg zwaar. Ik vind dat we in ieder geval
meer speelruimte in ons schema moeten inbouwen."
"Jij wilde nog graag
naar Chili. Zullen we daar dan volgend jaar heen gaan? En dan een week helemaal
open laten?"
"Ja, en als ik dan toch de bergen in wil, kan dat gewoon."
"Nou,
dan doen we dat."
Nou geachte lezer, tot volgend jaar dan
maar. Chili dus.
Eric
en Carla
--------------------------------------------------------------